PNW bijenbestuiving13-04-2015: Bijvriendelijk platteland - de puzzel compleet maken

Hoe ziet een bijvriendelijk platteland eruit? Die vraag stond centraal op de afsluitende bijeenkomst van het Praktijknetwerk BIJenBESTUIVING, eind maart. Dat de belangstelling voor bijen en bestuiving groot is, bleek uit de diverse achtergrond van de bezoekers. Zowel landbouwers, imkers als vertegenwoordigers van natuurorganisaties kwamen naar Berkel en Rodenrijs, waar ze te gast waren bij Koppert, een internationaal opererend bedrijf dat insecten levert voor tal van biologische teeltmethoden.
Naast hardfruit- en blauwe bessentelers, waren er ook een aantal bloemzaadtelers en akkerbouwers aanwezig. Voor een groot deel van deze telers geldt: geen bestuiving betekent geen opbrengst van fruit of zaden. Nu de seizoenen steeds vaker grillige patronen laten zien, is een efficiënte bestuiving cruciaal voor deze gewassen. Telers willen dit actief stimuleren.

Bestuivingsmix
Om minder afhankelijk te zijn van één soort voor de bestuiving, werken telers steeds vaker met een bestuivingsmix. Dit kan bijvoorbeeld door naast honingbijen ook gekweekte hommels en metselbijen in te zetten. Elke soort heeft zijn specifieke eigenschappen, en draagt bij aan een grotere kans op bestuiving. Hommels vliegen al bij lage temperaturen, en hebben een speciale ‘trilfunctie’. Metselbijen hebben haren op hun buik waar stuifmeel aan blijft plakken en dat bij het volgende bloembezoek bijna altijd voor bestuiving zorgt. Een tweede manier om aan een bestuivingsmix te werken, is door de natuurlijke bestuivers op het bedrijf te stimuleren. Meer bloei, meer nestgelegenheid en minder insecticiden zullen voor meer wilde bijen zorgen.

Bijen: 100% vegetarisch
De belangrijkste vraag van het Praktijknetwerk BIJenBESTUIVING was: Hoe ziet een bijvriendelijk platteland eruit? Er zijn zo’n 350 verschillende bijensoorten in Nederland, die allemaal een andere levenswijze hebben. Sommige leven in een kolonie en nestelen in de grond, anderen leven solitair en nestelen in hout of zelfs in nesten van andere bijensoorten. Ook de vliegafstand en vliegperiode varieert per soort. Maar wat alle bijen gemeen hebben is dat ze 100% vegetarisch zijn en voor de voedselvoorziening helemaal afhankelijk zijn van nectar en stuifmeel van planten.

De puzzel compleet maken
Bloei op het platteland is echter steeds schaarser geworden door schaalvergroting en intensivering van de landbouw. Voor bijen is er weinig te halen. Maar de afbraak gaat nog verder: boerenerven worden bestraat, houtsingels verdwijnen, slootkanten geklepeld en weides intensief gemaaid. Het aanbod van nectar en stuifmeel voor bijen en andere nuttige insecten staat hierdoor onder druk. Als je echt iets wilt doen, dan moet je naar het hele plaatje kijken. Te vergelijken met een puzzel waarbij de stukken samen het geheel bepalen (zie figuur). Aandacht voor landschapselementen die met elkaar in verbinding staan, is belangrijk. Het planten van bomen en struiken geeft voedsel en schuilplaatsen. Ook bloeiende akkerranden dragen bij aan meer bijen op het platteland, maar de bijdrage is soms beperkt. Akkerranden leveren wel voedsel voor bijen en nuttige insecten, maar bijvoorbeeld geen nestgelegenheid voor wilde bijen. Die moeten dus in de buurt van de akkerrand worden gerealiseerd. Ook de inzet van insecticiden  beïnvloedt het aantal bijen. De deelnemers aan het praktijknetwerk hebben geleerd om al deze factoren samen aan te pakken. Alleen dan ontstaat een bijvriendelijker landschap.

« Nieuwsoverzicht