Functionele Agrobiodiversiteit10-10-2012: Netwerk brengt luizen en natuurlijke vijanden in beeld

Is het nodig om te spuiten met insecticiden of niet? Onder meer met hulp van een nieuw te ontwikkelen smartphone-app, hebben akkerbouwers in het Zuidwesten daar straks beter zicht op. In het Praktijknetwerk ‘Natuurlijke plaagbestrijding voor iedereen!’ werkt de gewasbeschermingshandel samen met ervaren telers aan het in kaart brengen van het biologisch evenwicht in het veld. Dit maakt een gerichte inzet van middelen mogelijk.

Al jarenlang zijn in Nederland kleine groepen boeren actief bezig met Functionele Agrobiodiversiteit (FAB). Het systeem van FAB gaat uit van de verhouding tussen de hoeveelheid plaaginsecten (o.a. luizen en trips) en natuurlijke vijanden (vaak vanuit akkerranden) in het veld. Aan de hand hiervan is in te schatten of een bespuiting met een insecticide nodig is of niet. Meerder projecten hebben bewezen dat dit werkt en de betrokken telers zijn enthousiast. Toch wordt de aanpak nog niet op grote schaal overgenomen.

In de gangbare communicatie rond plaagbestrijding komt chemie op de eerste plaats. Worden er luizen aangetroffen in het veld, dan ontstaat er in de regel een stroom van berichten met als algemene boodschap: ‘het is waarschijnlijk nodig om te spuiten’. Dat leidt vaak tot actie bij telers, terwijl uit de ervaringen met FAB blijkt dat sommige bespuitingen zonder risico achterwege gelaten kunnen worden. De onnodige bespuitingen betekenen extra kosten voor telers en een verstoring van het ecologisch evenwicht.

Voor een deel speelt onbekendheid een rol, zowel bij telers als bij de handel. De gewasbeschermingshandel streeft een duurzame aanpak na en wil telers best helpen bij het gebruikmaken van de FAB-principes. Het netwerk, onder begeleiding van DLV Plant, heeft de handel daarom uitgenodigd om mee te helpen bij het in kaart brengen (‘scouten’) van insectenpopulaties in het veld. Alle grote firma’s in Zuidwesten hebben inmiddels interesse getoond: Mol Agrocom (mede voor Van Iperen), De Witte Agro, Van Wesemael, Agrifirm, Vlamings, Alliance en CZAV.

De gegevens uit de tellingen zullen worden verzameld in een centrale database, waarna er per postcodegebied een overzicht wordt gemaakt van de verhoudingen tussen plaaginsecten en hun natuurlijke vijanden. Hoewel de situatie per bedrijf kan verschillen, geeft dit een goede indicatie, volgens DLV. Aan de hand van schadedrempels is vervolgens te bepalen of spuiten zinvol is.

Om de informatie snel en eenvoudig bij de hand te hebben, zal er komende winter een applicatie worden ontwikkeld voor de smartphone. Volgend voorjaar moet deze app klaar zijn, zodat akkerbouwers er meteen mee aan de slag kunnen. Ook zal de informatie, aangevuld met verdere achtergronden, worden verzameld op een website. De initiatiefnemers van het netwerk streven ernaar dat natuurlijke plaagbestrijding de standaard wordt binnen de gewasbeschermingsstrategie van de akkerbouwer.

« Nieuwsoverzicht