netwerkbijeenkomst in het veld van netwerk Bewaren met verstand van UI-en-ergie05-10-2012: Netwerk Ui-en-ergie: ‘Groen rooien en binnen drogen’

Een beetje groen in de partij is niet erg. En in de schuur drogen uien in de regel sneller dan in het zwad. Deze en meer zaken kwamen afgelopen maand aan de orde tijdens een veldbijeenkomst van de deelnemers aan het praktijknetwerk ‘Ui-en-ergie’. Specialisten van DLV wezen daarnaast op het belang van voldoende bijstoken als het dauwpunt van de buitenlucht laag is.

De deelnemers aan het netwerk bezochten afgelopen maand een perceel uien van hun collega Robert Stokman in Dronten. Hij had de uien net een dag eerder in het zwad gelegd. Net als bij veel collega’s bleven zijn uien dit seizoen ‘lang’ groen loof houden, terwijl de halzen van de uien veel verder ingesnoerd waren dan je op basis van de kleur zou verwachten. Het percentage groen loof van deze partij lag tussen 20-30%, maar de bol was al veel verder gerijpt. Volgens teeltadviseur Philip Kroes van DLV Plant komt dat dit jaar vaker voor. Het is mede toe te schrijven aan het ‘greening-effect’ van gewasbeschermingsmiddelen die strobilurinen bevatten. Net als bij granen houden deze middelen de planten langer groen. Volgens Kroes is het hierdoor noodzakelijk om op een andere manier het oogsttijdstip vast te stellen. Dat betekent niet, zoals gewoonlijk, kijken naar het resterende groend loof maar naar de rijpheid van de ‘nekken’ van de uien. Uit de discussie die volgde, bleek dat de meeste telers zich konden vinden in de beslissing van Stokman om de uien te rooien.

Twee deelnemers zijn gewend om nog eerder te rooien. Zij leveren aan afnemers die hogere kwaliteitseisen stellen. Een van deze twee, Willy Dickmann, moest op korte termijn leveren. Hierdoor had hij een partij zeer groen geoogste uien (80% groen). Het was geen probleem om deze partij droog te krijgen. Dat hoeft dus geen reden te zijn om later te oogsten. Wel daalde de partij volgens Dickmann snel in temperatuur. Volgens DLV’er Harrie Versluis is dat niet vreemd. De dauwpuntstemperatuur van de buitenlucht bepoaalt hoe hard het product droogt. De dauwpunten liggen dit najaar tussen 7 en 13 graden Celsius. Met een dauwpunt van 7-10 °C onttrekt elke kuub lucht heel veel vocht. De lucht moet dan wel voldoende droogenergie bevatten. Deze voegt men toe, door voldoende bij te stoken. Als dat niet gebeurt, onttrekt de lucht de warmte aan de vochtige uien. De uien kunnen daardoor snel te ver afkoelen. Worden de uien bijvoorbeeld gedroogd met lucht van 20 °C en een dauwpunt van 7 °C, dan koelt de partij naar 12 °C. Als de dauwpuntstemperatuur stijgt, zal er condens in de partij ontstaan. Het drogen duurt dan veel langer, waardoor het gasverbruik eerder toeneemt dan afneemt.

Bij de veldbijeenkomst werd ook gediscussieerd over de veldperiode. Sommige telers houden het op amper een dag, anderen laten ze liever een week buiten liggen. Daarom zijn er door het netwerk twee testen gedaan. In het najaar dampt de grond lang op. Ook wordt het gewas ’s nachts nat. Een meting op een redelijk zonnige dag gaf een luchtvochtigheid in het zwad op van 80%. Het droogt dan amper. Een andere test van het praktijknetwerk bevestigde dit: uien op het land droogden minder hard dan een monsterzak in de hoek van een ongeventileerde schuur.

« Nieuwsoverzicht