ventilator02-02-2012: Teelt wilde rucola op water moet beter

Er moet nog veel gebeuren om de teelt van wilde rucola op water geschikt te maken voor grootschalige toepassing. Die conclusie trekt Matthijs Blind van de Proeftuin Zwaagdijk. Recent presenteerde hij de eerste resultaten van zijn proeven met de drijvende teelt aan de deelnemers van het praktijknetwerk ‘Duurzame teelt voor bosui en wilde rucola’. Knelpunten zijn o.a. de lage kiempercentages en het te snel in bloei schieten.

Net als in de gangbare teelt schiet wilde rucola vrij snel in bloei. Omdat het bij de teelt van dit gewas uitsluitend om de productie van blad gaat, is dit ongewenst. De kunst is om door middel van een goede rassenkeuze en een goed teeltsysteem de bloei zo lang mogelijk uit te stellen. Behalve ras, hebben mogelijk ook het gebruikte substraat, de tray en de zaaidichtheid invloed op het moment van bloei.

De proeven werden gedaan met twee typen substraat (kokos en steenwol), drie rassen (Roma, Grazia en Tricia), drie typen drijvers (en 240 gaats tray en experimentele drijver van verschillende diktes) en drie zaaidichtheden (ca. 335, 670 en 1.340 zaden per netto vierkante meter). Het betrof een breed opgezette proef, maar zonder herhalingen, zodat er geen harde conclusies getrokken mogen worden. Wel geeft de demoproef voldoende inzicht in welke richting de verbeteringen gezocht moeten worden.

Blind onderzocht ook verschillende testopstellingen met bosui. De resultaten hiervan zijn nog niet allemaal verwerkt en beschikbaar. Wel kon hij alvast melden dat de resultaten met verschillende substraten zeer wisselend waren en dat er in de proeven nauwelijks valse meeldauw ontstond.

Het zal niet meevallen om de drijvende teelten van rucola en bosui praktijkrijp te maken, verwacht netwerkbegeleider Frans Verwer van ZLTO. Wel zijn de telers en andere experts volgens hem voorzichtig enthousiast over de technische vooruitgang van het teeltsysteem tot zover.

 

 

« Nieuwsoverzicht