Biologische appels16-6-2011: Biologische appeltelers zoeken sterke rassen

Een groep biologische fruittelers gaat in het praktijknetwerk Nieuwe rassen: nieuwe kansen voor biologische appels op zoek naar sterkere appelrassen, die behalve goed te telen ook lang te bewaren zijn. De telers hebben de rassen hard nodig omdat ze op dit moment de supermarkten niet jaarrond kunnen beleveren met de gewenste kwaliteit. Dit duwt consumenten ongewild terug naar het regulier geteelde product.

De biologische appelteelt leunt nog altijd sterk op het gebruik van gangbare rassen, zoals Elstar en Jonagold. Groot nadeel van deze rassen is dat ze gevoelig zijn voor ziekten, waarvan schurft de belangrijkste is. Eigenlijk zijn ze zonder het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen niet goed te telen. Door de komst van schurftresistente rassen, zoals Santana en Topaz, zijn er inmiddels alternatieven voor handen. Het nadeel van deze rassen is echter dat ze maximaal tot maart/april bewaard kunnen worden. Daarna gaan ze snel in kwaliteit achteruit. Hierdoor ontstaat er een gat in de aanvoer vanaf het voorjaar tot aan de nieuwe oogst.

Bij Praktijkonderzoek Plant & Omgeving (PPO) in Randwijk zijn in het rassenonderzoek tweede fase biologische teelt daarom een aantal veelbelovende appelrassen geselecteerd die schurftresistentie combineren met een goede bewaarbaarheid. In het praktijknetwerk willen telers met één van deze rassen ervaring op doen. Vragen die zij onder meer beantwoord willen zien zijn: Hoe is dit ras optimaal te telen (bemesting, beheersing ziekten en plagen, snoei, bewaarregime)? Hoe kan de afzet op een nieuwe manier georganiseerd worden? En overall: hoe kunnen nieuwe rassen de biologische sector meerwaarde bieden.

« Nieuwsoverzicht