Flevoplant16-6-2011: Bouwen aan een vitale bodem

Op intensief bewerkte grond wordt vaak meer organische stof afgebroken dan aangevoerd. Hierdoor verslechteren de groeiomstandigheden voor de plant. Vooral telers op lichte gronden merken dat de bodem in kwaliteit achteruit gaat. Hun opbrengsten worden lager en zij moeten vaker kunstgrepen toepassen om een teelt te laten slagen. Op initiatief van Flevoplant in Ens gaat het grote praktijknetwerk Bouwen aan een vitale bodem van start waarin telers samen de problemen en oplossingen in kaart brengen.

In vier regio’s in Nederland (Noordoostpolder, Drenthe, Limburg en Noord-Holland) gaan groepen van ongeveer tien telers aan de slag. Het zijn telers die veelal gebruik maken van dezelfde grond. Zij willen vooral van elkaar leren, en samen met deskundigen zoeken naar manieren om de grond op een duurzame manier te gebruiken.

Lichte gronden zijn voor veel teelten geschikt en worden daarom intensief gebruikt voor akkerbouw, groenteteelt, bloembollenteelt en boomkwekerij. De intensieve teelten trekken echter een zware wissel op de organische-stofbalans; de bodemvoorraad wordt door de vele bewerkingen en hoge opbrengsten sneller afgebroken dan aangevuld. De aanvoer wordt bovendien bemoeilijkt omdat telers vanwege de aangescherpte fosfaatnormen steeds minder mest en andere bodemverbeteraars mogen aanvoeren.

Voor Jos Goossens, van Flevoplant in Ens (Noordoostpolder) werden de gevolgen enkele jaren geleden al pijnlijk duidelijk. Hij huurt jaarlijks ongeveer 100 hectare grond in de nabije omgeving, voor de vermeerdering van aardbeienplanten. De zanderige grond rond Ens heeft bij een laag organische-stofgehalte nauwelijks bufferend vermogen meer. Zij houdt weinig water en voedingstoffen vast, waardoor er veel beregend en bijbemest moet worden. Bovendien leidt het gebrek aan water en voedingsmiddelen tot een zwakker gewas, dat gevoeliger wordt voor ziekten en plagen. Hierdoor neemt ook het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen toe, wat nadelig is voor het milieu en voor het rendement van de teelt.

Voor Flevoplant was dit enkele jaren geleden al aanleiding om de problemen in kaart te brengen. Binnen het project Agropark Flevoland, heeft het bedrijf samen tuinbouwadviesbureau Hortinova en een groep collega-telers een aanzet gegeven tot een beter beheer van organische stof. In het praktijknetwerk krijgt dit initiatief een vervolg. Dat geldt ook voor de bakkenproef bij Flevoplant, waarmee het effect van verschillende soorten en hoeveelheden organische stof op plantengroei inzichtelijk wordt gemaakt. Hiervoor wordt nu grond uit de vier regio’s gebruikt.

« Nieuwsoverzicht